Naar hoofdinhoud
  1. Onderzoek

Politie besteedt een vijfde van de inzet aan onbegrepen gedrag

Geschreven op
Politieagent met bodycam

Bijna 21 procent van de reactieve politie-inzet gaat naar meldingen over personen met onbegrepen gedrag. Die situaties zijn in ruim zeventig procent van de gevallen binnen een uur opgelost, bijna vier procent duurt langer dan drie uur. Tussen de verschillende politie-eenheden bestaan grote verschillen in aantallen registraties van gevallen van onbegrepen gedrag. Ook de hoeveelheid tijd die er binnen een eenheid aan een melding wordt besteed, loopt sterk uiteen. Dat blijkt uit onderzoek van de Politieacademie, in samenwerking met de politie.

‘Een vijfde deel van de tijd besteden aan onbegrepen gedrag, dat is substantieel’, zegt Bauke Koekkoek, lector Onbegrepen gedrag, veiligheid en samenleving. Hij dook samen met onderzoekers Vanessa Schwegler en Thijs Beckers in de cijfers rond dit fenomeen. ‘Het is belangrijk dat we dit aantal nu voor het hele land goed in kaart hebben gebracht. Er wordt vanuit de politie vaak gezegd: de zorg moet meer doen in het aanpakken van het groeiende probleem van mensen met onbegrepen gedrag. Maar wat verwacht men dan precies? Voor de zorg is het belangrijk om beter te weten waar de politie precies veel tijd en energie aan besteedt en hoe we daarin iets kunnen veranderen. Dan kan de politie de zorg een gerichte vraag stellen: dit hebben we nodig, help ons hierbij. Dit onderzoek is daar een tussenstap in.’

Terugkerende situaties

Uit het onderzoek blijkt dat de afhandeltijd van een situatie met onbegrepen gedrag varieert. Bauke: ‘Er is een heel groot aantal aan kortdurende situaties, van minder dan een uur. Er is ook een klein aantal lang durende. De vele kleine situaties waarvoor je toch iedere keer moet gaan rijden, of de grote situaties waarbij van alles aan de hand is en die veel impact hebben: ze zijn allemaal belastend. Ik hoor van politiemensen uit de operatie, dat meldingen over mensen die steeds weer terugkomen, bij wie steeds opnieuw dezelfde onmacht speelt, dat die de meeste impact hebben op het wat machteloze gevoel dat de politie vaak heeft als het gaat om onbegrepen gedrag. Als er veel terugkerende situaties zijn met dezelfde personen, dan moeten we misschien een strategie bedenken hoe hiermee om te gaan. Kunnen we dat als politie dan samen met zorg oppakken? Daar is mogelijk winst te behalen.’

Verandermogelijkheden

Verder komt uit het onderzoek naar voren dat er grote verschillen zijn tussen eenheden als het gaat om aantallen registraties en de daaraan bestede tijd. ‘Dat is interessant’, zegt Bauke. ‘Blijkbaar zit er ruimte in hoe de politie reageert op deze meldingen, hoe processen geregeld zijn en hoeveel tijd ze kosten. Dit onderzoek is een aanzet om daar dieper op in te duiken. In Amsterdam bijvoorbeeld, ligt het aantal meldingen van onbegrepen gedrag lager dan in de andere eenheden. We weten nog niet goed hoe dat komt. De meest voor de hand liggende verklaring die ik kan bedenken, is dat er in grote steden wellicht veel meer gebeurt, waardoor mensen meer gewend zijn aan allerlei vormen van gedrag. En daardoor minder snel de politie bellen. Er zijn ook aanzienlijke verschillen in de afhandeltijd. De afhandeltijd van deze meldingen is in Amsterdam juist weer het langst. Als daar in de eenheden variatie in zit, dan zijn er ook mogelijkheden om te veranderen.’

Vervolgonderzoek

‘Om dieper in te gaan op situaties en beter te begrijpen waarom sommige situaties lang of kort duren, moet je weten wat er gebeurd is’, weet Bauke. ‘Wat staat erover in de systemen, wat vertellen agenten of eventuele andere betrokkenen erover. Op basis van de gevonden tijdspatronen en een nieuwe dataset, gaan we een beperkt aantal gemeenten selecteren voor het vervolgonderzoek. In elk van deze gemeenten moeten we toestemming vragen. En er moeten zich voldoende verschillende situaties voordoen met onbegrepen gedrag, om zo tot een representatieve steekproef te komen. We willen daarbij vooral kijken naar de categorieën mensen met onbegrepen gedrag die steeds terugkomen én situaties die lang duren. Maar uiteindelijk brengen alle situaties met onbegrepen gedrag, een bepaalde belasting met zich mee. Het gaat om vele duizenden situaties per jaar. Ik denk dat we daarin dingen anders en beter kunnen doen.’

Reactie vanuit de politie

Janis Tamsma, plaatsvervangend portefeuillehouder op dit thema, ziet met dit onderzoek bevestigd wat collega’s ervaren, dat meldingen en inzet voor personen met verward gedrag dagelijks politiewerk zijn. ‘Maar dagelijks wil niet zeggen gemakkelijk, routineus. Het is complexe problematiek en elke situatie is anders. We moeten dan ook als maatschappij toewerken naar effectieve hulp, zoals meer passende woon- en zorgplekken. Daarvoor werken we met partners als GGZ, GGD, gemeenten en woningbouwcorporaties aan concrete oplossingen op lokaal en landelijk niveau.’

Er is nu ook maatschappelijk en politiek momentum, ziet Tamsma. ‘De interdepartementale brede aanpak van personen met verward en onbegrepen gedrag is daar een mooi voorbeeld van. Daarin slaan de ministers van verschillende ministeries de handen ineen om tot duurzame oplossingen te komen. Als politie nemen we daar actief aan deel.’

Bekijk de tussenrapportage politie-inzet bij situaties verward en onbegrepen gedrag.


Niet gevonden wat je zocht?

 

We gebruiken cookies om de website goed te laten werken. En om het gebruik van de website te analyseren. Dit doen we volledig anoniem. Met jouw toestemming plaatsen we ook cookies van derden. Je gaat hiermee akkoord als je op ‘accepteren’ klikt. Klik je op ‘weigeren’? Dan plaatst de website deze cookies niet. Meer informatie over het gebruik van cookies op politieacademie.nl lees je in onze cookieverklaring.