Onderwijs Onderzoek Nieuw boek slaat brug tussen politieagent op straat en de opsporing Geschreven op vrijdag 26 juni 2026 ‘Opsporen begint op straat’ is hét nieuwe boek over opsporing voor het basispolitieonderwijs (BPO) van Geke van Boxem en Nicolien Kop. Het boek is gebaseerd op het boek ‘De kunst van het opsporen’. Het vertaalt de kern daarvan naar de praktijk van het basispolitieonderwijs. Docent algemeen juridisch Maarten Achterbergh heeft voor het nieuwe boek ideeën aangedragen en geholpen het bestaande boek te ‘vertalen’ naar de praktijk van het basispolitieonderwijs. ‘Het nieuwe boek geeft uitleg over wat je als agent op straat kunt doen om de opsporing te versterken.' 'Dat helpt niet alleen in de snelheid waarmee we opsporen, maar ook aan de kwaliteit van het onderzoek. Hierdoor kunnen we ook effectiever en efficiënter werken als we van elkaar weten wat we daarvoor nodig hebben.’ Maarten heeft lange tijd als rechercheur gewerkt en is sinds drie jaar docent aan de Politieacademie. ‘Zodra je weet wat je bevoegdheden zijn, wat je mag en kan, dan kun je jouw werk op straat ook beter uitvoeren’, legt hij uit. Hetzelfde geldt voor opsporen, vindt hij. ‘Opsporing is niet gescheiden van het werk op straat. Een incident kan uiteindelijk bij de recherche terechtkomen. Dit boek maakt duidelijk dat alles wat we op straat doen, ook in het teken van opsporing staat.’ Alle vakgebieden bij elkaar ‘In het onderwijs wordt nu nog vaak gescheiden lesgegeven in zaken die met opsporing te maken hebben. In dit boek worden juist de verschillende vakgebieden bij elkaar gebracht binnen opsporing’, legt Maarten uit. ‘Dus niet alleen juridisch, maar ook de taalvaardigheid is hierbij belangrijk. In het boek staat duidelijk hoe je een proces-verbaal opstelt en welke taal je daarbij gebruikt.' 'Wat de collega op straat heeft meegemaakt, is vaak de basis waarmee opsporing aan de slag gaat. Je leert hoe je dat moet opschrijven en ook hoe de recherche daarmee verdergaat. Als je weet wat het belang is van jouw waarneming en dat duidelijk opschrijft, dan kun je daar winst mee boeken. De rechercheur heeft hier namelijk veel meer voordeel van.’ ‘Eén van de andere zaken die in het boek staat, is de opsporingscyclus. Elke stap van de opsporing wordt in het boek beschreven. Zo leer je in welke fase van de opsporing je zit én welke vragen je daarbij moet stellen. We hebben ook voorbeelden meegenomen van wat collega’s op straat tegenkomen. Tijdens het werk in de wijk kan een politieagent bijvoorbeeld te maken krijgen met spookwoningen. Dit zijn huizen die er van buiten normaal uitzien, maar waar iets niet klopt.’ Van signalen naar onderzoek ‘Gordijnen altijd dicht, geen persoonlijke post, geen interactie met buren. Op papier worden ze bewoond, maar in het echt is dat niet zo. Zulke huizen worden vaak gebruikt voor illegale activiteiten. Denk aan drugshandel, mensenhandel of illegale prostitutie. Als (wijk)agent kun je de eerste zijn die signalen opvangt’, legt Maarten uit. ‘Denk aan meldingen van buren, ongewone geuren of bezoekers op gekke tijden. Zulke signalen deel je (via de wijkagent) met de gemeente. Die is verantwoordelijk voor woningtoezicht. En je deelt het met zorg- of hulpverleningsinstanties als er kwetsbare personen in beeld zijn.' 'Door deze samenwerking kun je sneller ontdekken wat er speelt. De gemeente controleert of de woning rechtmatig wordt gebruikt. De politie onderzoekt strafbare feiten. En zorginstanties bieden hulp aan mogelijke slachtoffers. Zo voorkom je dat een leeg huis uitgroeit tot een nest van criminaliteit of menselijk leed.’ Je leert anders kijken naar situaties ‘De laatste jaren is er een gat ontstaan in de basispolitieopleiding over opsporing. Dit had te maken met aanpassingen in het curriculum’, legt Peter de Weijer uit. Hij is coördinator van het Curriculumteam BPO. Het Curriculumteam gaat, in overleg met de landelijke vakgroepen, over de boekenlijst. ‘De werelden van de agent in de noodhulp en die van opsporing liggen wél in het verlengde van elkaar. Opsporing begint al bij de collega die als eerste ter plaatse is bij een melding.' 'Met het boek slaan we nu een brug tussen die werelden. Dat betekent niet dat de agent op straat taken erbij krijgt. Hij leert alleen anders kijken naar een situatie, waardoor hij misschien andere handelingen gaat uitvoeren. Door het boek weet hij beter hoe het opsporingsproces in elkaar zit. Hierdoor kan hij verder vooruitkijken naar wat er voor nodig is.’ Boek beschrijft opsporingsproces van A tot Z ‘De bedoeling is dat dit boek gedurende de gehele opleiding wordt gebruikt’, vult Maarten aan. ‘We willen in de verschillende fasen van de opleiding de hoofdstukken terug laten komen. Dus niet in één keer het boek behandelen, maar passend bij het kwartiel waarin de studenten werken. Dat gaat van de basis: ‘ik kom aan bij een incident en wat doe ik dan?’ tot diepgaandere kennis: ‘hoe interview ik een getuige?’. ❛❛ Met dit boek zetten we het vakmanschap van de agenten in het basisteam in de schijnwerpers. Auteur Geke van Boxem ‘We willen vanaf kwartiel één het boek introduceren. Bijna alle thema’s die in het boek terugkomen, staan al in het curriculum. Het gaat de studenten dus geen extra tijd kosten’, benadrukt Maarten. ‘Het gaat over vastlegging, het betreden van een plaats delict, maar dan alleen met het accent hoe je daarnaar kijkt.' 'Het boek is echt een aanvulling op alles wat al in het curriculum wordt besproken: het is het opsporingsproces van A tot Z. Het vormt volgens mij een belangrijke basis voor alle onderdelen van het politiewerk. Voor de student is het hiermee ook makkelijk om de verbindingen te zien tussen het verschillende politiewerk. Als hij straks op straat komt, weet hij dat hij alle onderdelen tegenkomt die in het boek staan.’ Kennis vanuit onderzoek vertaald in boek Vanuit de afdeling Kennis & Onderzoek worden deze inzichten steeds verder ontwikkeld en verdiept. Volgens Nicolien Kop is dit boek ook een voorbeeld van hoe onderwijs en onderzoek elkaar kunnen versterken. Zij is lector Criminaliteitsbeheersing en recherchekunde en auteur van het boek. ‘Binnen onze afdeling doen we veel kennis op over opsporing, vakmanschap en het functioneren van basisteams. Die inzichten vinden vaak hun weg naar specialistische opleidingen en de recherchepraktijk. Samen met docenten uit het basispolitieonderwijs hebben we deze kennis nu vertaald naar een boek dat direct aansluit bij de dagelijkse praktijk van aspiranten. Daarmee brengen we actuele kennis over opsporing al vroeg in de opleiding naar de werkvloer.’ ‘Met dit boek zetten we het vakmanschap van de agenten in het basisteam in de schijnwerpers’, vertelt auteur Geke van Boxem. ‘Je leert hoe je kunt kijken vanuit zowel een juridische als een verhalende bril.’ ‘Dit scenariogericht werken is niet alleen voor grote rechercheteams; agenten op straat doen het de hele dag door. Als je daarbij opsporing in het vizier houdt, zie je hoe de kwaliteit van waarnemingen, interpretaties, optreden en verslaglegging groter wordt. Het is super dat ons boek gebruikt wordt om de creativiteit en het kritisch denkvermogen van politieagenten te trainen. Dat is de basis van goed politiewerk én het wordt er ook nog eens leuker van!’ Het boek is voor politiemedewerkers en -studenten beschikbaar in de Politiebibliotheek.