Onderwijs Invoering nieuw Wetboek van Strafvordering stap dichterbij Geschreven op donderdag 26 februari 2026 De Eerste Kamer heeft dinsdag 24 februari het nieuwe Wetboek van Strafvordering (boek 1 tot en met 8) aangenomen. In het Wetboek van Strafvordering staan de regels voor opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten in Nederland. Dit nieuwe wetboek treedt nog niet meteen in werking. De streefdatum is 1 april 2029. Dat betekent dat de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak nog drie jaar de tijd hebben om zich voor te bereiden. Achter de schermen werken medewerkers van de Leeropgave Nieuw Wetboek van Strafvordering (NWvSv) al hard aan de invoering van de nieuwe wet. Hiermee geeft de Politieacademie invulling aan haar verantwoordelijkheid om politiemedewerkers op tijd en goed voor te bereiden op de invoering van het nieuwe wetboek. Zo worden er juridische analyses gemaakt van deze nieuwe wet. Deze zijn onderdeel van een breder informatiepakket. Ze vormen straks de basis voor het aanpassen van het curriculum. En ze vormen de basis voor de bijscholing van zo’n 60.000 politiemedewerkers. De teksten voor het nieuwe wetboek zijn nog niet helemaal compleet. Er komen nog aanvullingen, bijvoorbeeld door verschillende pilots. Ook de actualiteit kan nog leiden tot aanpassing van de wet. ‘Deze aanpassingen worden vastgesteld via twee aparte aanvullingswetten’, legt Liesbet uit. Zij is jurist bij het projectteam Leeropgave NWvSv. Die aanpassingen moeten ook goedgekeurd worden door de Tweede en Eerste Kamer.’ Juridische analyses in begrijpelijke taal ‘Ik richt me dagelijks op de inhoud van de nieuwe wet’, vertelt ze verder. ‘Per wetsartikel dat wij in het onderwijs gebruiken, maak ik een analyse. Dus: wat staat er in het nieuwe wetsartikel en wat verandert er vergeleken met het huidige wetboek. Daarna leg ik het artikel uit. Dat doe ik in begrijpelijke taal.’ ‘Die analyse vormt de basis voor het nieuwe curriculum dat de docenten gaan maken. Samen met de onderwijskundigen ontwikkelen zij hiermee ook nieuwe leermiddelen. Ook geven we hiermee als Leeropgave de bijscholingscursussen vorm en vullen we de kennisbank. Dit doe ik natuurlijk niet alleen. Ik werk samen met mijn collega’s van de Leeropgave, het landelijke programma en Juridisch Blauw. Zij biedt juridische ondersteuning aan politiecollega’s.' Moderne taal in het nieuwe wetboek Eén van die collega’s van de Leeropgave is Stefan. Hij werkte eerder als strafrechtadvocaat en was juridisch docent aan de Politieacademie. ‘Toen ik jong was, kriebelde het al om bij de politie te gaan. Ik besloot toch eerst rechten te gaan studeren in plaats van me aan te melden bij de politie. Uiteindelijk begon het weer te kriebelen en meldde ik me aan als politievrijwilliger. Zo kwam ik uiteindelijk bij de Politieacademie terecht’, vertelt hij. ‘Wetten, artikelen en juridische analyses lijken heel saai, maar dat zijn ze niet. ‘De huidige wet is honderd jaar oud. En is geschreven in een taal die lang niet iedereen begrijpt, legt Stefan uit. 'Wat zo leuk is aan het nieuwe wetboek, is dat het moderne en begrijpelijke taal bevat. Zo kan iedereen het straks beter begrijpen. Het is net als met een nieuwe auto. Autorijden kun je al, maar je moet een nieuwe auto opnieuw leren kennen. Zo is het met het wetboek voor mij ook: ik leer de nieuwe wet nu heel goed kennen.’ Nieuwe bevoegdheden In het nieuwe wetboek staan niet alleen beter te begrijpen teksten, maar ook nieuwe bevoegdheden voor opsporing. ‘Het huidige wetboek stamt namelijk uit het tijdperk zonder mobiele telefoons of cloudopslag. Voor een aantal nieuwe bevoegdheden en werkwijzen zijn pilots opgezet. Dat is gedaan om te kijken of ze in de praktijk goed werken. Deze pilots liggen vast in de Innovatiewet Strafvordering’, legt Liesbet uit. Eén van de nieuwe bevoegdheden is het meelezen van nagekomen berichten op een mobiele telefoon na inbeslagname.' ‘Na het in beslag nemen van een mobiele telefoon kunnen er nog nieuwe berichten binnenkomen. In de huidige wet is niet geregeld hoe we daarmee om moeten gaan', legt Liesbet uit. 'De telefoon wordt meteen in de vliegtuigstand gezet. Maar stel dat je iemand hebt aangehouden die je van een overval samen met anderen verdenkt. Dan is het handig om de telefoon aan te laten staan. Vooral als zijn medeverdachten nog contact opnemen. Dit is in de nieuwe wet, onder bepaalde voorwaarden, geregeld.’ Verandering bij burgeraanhouding ‘Een ander voorbeeld dat ook voordelen oplevert, is de rol van de politieagent bij een burgeraanhouding’, vertelt Stefan verder. ‘Nu is het zo dat als een winkelbeveiliger een burgeraanhouding doet, de agent de verdachte verplicht moet meenemen naar het bureau.’ 'Daar toetst de hulpofficier van justitie de aanhouding. Die bepaalt of de aanhouding volgens de wet was. En die bepaalt of er voldoende redenen zijn om de verdachte langer op te houden voor onderzoek. De agent is in de nieuwe wet niet meer verplicht om de winkeldief naar het bureau te brengen. Hij kan het bij een waarschuwing laten. Dit geldt alleen bij burgeraanhoudingen', legt Stefan uit. Dit geldt alleen bij kleinere vergrijpen, niet bij ernstige feiten zoals moord. ‘Doordat de politieagent dit zelf mag beslissen, besparen we uiteindelijk tijd en geld’, benadrukt Stefan. ‘Met de huidige personeelstekorten wilde de politie dit onderdeel makkelijker maken.’