Onderwijs Organisatie Wanneer ben je een goede agent? Geschreven op dinsdag 25 augustus 2026 De eenmalige toets de ProfFit is dit jaar vervangen door een nieuwe leerlijn in het basispolitieonderwijs. De leerlijn 'Mijn ontwikkeling in beeld' richt zich op fysieke en mentale weerbaarheid. De Politieacademie gaat hiermee van eenmalige prestatie naar duurzame gedragsverandering. De leerlijn toetst niet alleen conditie, maar zet ook in op bredere fitheid, zoals voeding, slaap en herstel. Met als doel: duurzaam inzetbare politiemensen. Eén van de docenten die aan deze nieuwe leerlijn heeft gewerkt, is Harco. ‘Ons doel was kennis over te dragen naar de studenten over slapen, eten, trainen en herstel. We willen namelijk dat ze hier hun hele carrière iets aan hebben. De ProfFit was een eenmalige toets voor het basispolitieonderwijs op sportgebied’, vertelt hij. Harco is docent Gevaarsbeheersing. Hij geeft elke dag les in bewapening, zelfverdediging en aanhoudingen. Hierbij is goed fit zijn, zowel fysiek als mentaal, belangrijk. ‘Op zich was de ProfFit een prima examen, maar er was ook kritiek op. Juist omdat het om een eenmalige prestatie ging.’ Fysieke mentale weerbaarheid ‘We bouwden geen basis op en zetten niet in op gedragsverandering. We zagen als docenten soms dat studenten die het examen hadden gehaald, daarna slecht gingen eten. De nieuwe leerlijn is meer overkoepelend.’ ‘Fysiek mentale weerbaarheid is de combinatie van fysieke en mentale weerbaarheid. Dus de kracht in je spieren en je lichaam en hoe je je geestelijk voelt. Hoe sterker je mentaal bent, hoe langer je het lichamelijk kunt volhouden. Maar aan je lichaam zitten ook grenzen. Je moet fysieke en mentale weerbaarheid dus combineren.’ ‘Een ander verschil met de ProfFit is dat we meer los kijken naar wat een student nodig heeft. Hierbij krijgt de student tijd en ruimte om te groeien. Zo krijgt hij of zij een beter beeld van zijn of haar eigen vaardigheidsniveau in relatie tot het gewenste niveau. Daarnaast sluiten alle oefeningen in de nieuwe leerlijn veel meer aan op de praktijk van het werk van de politie. 1600 meter achter een verdachte aan rennen, komt gewoon niet zo vaak voor. Maar even een sprintje trekken wél, dus dat zit erin.’ ‘Mijn ontwikkeling in beeld’ uitgelegd De nieuwe leerlijn ‘Mijn ontwikkeling in beeld’ is in week 5 van 2026 gestart. Dit was tegelijk met de start van een nieuwe lichting studenten van het basispolitieonderwijs. De nieuwe leerlijn loopt door de hele opleiding heen. In de eerste vier kwartielen begeleiden docenten de student op de Politieacademie. Als de student in kwartiel vijf in de praktijk meeloopt, begeleidt de praktijkbegeleider hem/haar. De student krijgt meerdere keren een toets. Het eerste examen is aan het einde van kwartiel twee. In kwartiel drie is er opnieuw een toets. Dit is een mix van deelname aan e-learning(s), vier teamopdrachten en het afronden van de ‘Challenge’. De student stelt zelf een dossier met bewijsstukken samen en voegt dit samen in het portfolio. In kwartiel vijf maakt de student een ‘Vitaalplan’. Hierbij denkt de student na over de eigen ontwikkeling en weerbaarheid. Zo laat de student zien waar hij/zij uiteindelijk staat. Dit plan en de afspraken die de student hierin opschrijft, worden gecontroleerd in de praktijkperiode. Hoe het gaat, komt terug in de voortgangsgesprekken in het tweede leerjaar. In kwartiel acht is er een terugblik. Het Vitaalplan bestaat ook uit doelen waarmee de student weerbaar blijft in de praktijk. Dus ook ná de opleiding. Harco weet waar hij over praat. Hij werkte 14 jaar als politieagent op straat in de noodhulp. ‘Als docent heb ik nog steeds de spanning die ik op straat ook had én zo leuk vond. Ik geef namelijk alle vakken die te maken hebben met gevaar. Maar ik hoef niet meer in de weekenden of avonduren te werken. En ik krijg de kans om mijn kennis in te zetten om het onderwijs te verbeteren.’ De ‘Challenge’ doe je niet alleen ‘De ‘Challenge’ bevat een deel van dezelfde vaardigheden die een politieagent sowieso elk jaar moet doen. Dat is de aanhoudings- en zelfverdedigingstoets (AZV). Maar aan de ‘Challenge’ hebben we fysieke onderdelen toegevoegd, waardoor de student eerst moe wordt en dan pas de handelingen moet uitvoeren. Het idee erachter is dat we de student testen of hij/zij dan nog die activiteiten kan uitvoeren.' 'De ‘Challenge’ bestaat uit meerdere opdrachten. Hierbij kijken we ook naar het gedrag van de student. In kwartiel één bereidt de student de ‘Challenge’ voor. Aan het einde van kwartiel twee krijgt hij/zij hiervoor de eerste officiële toets.’ ‘We hebben de studenten inmiddels ook voor het eerst getoetst. En dat ging best goed! We zagen vooral hele enthousiaste en gemotiveerde studenten, juist omdat ze de ‘Challenge’ met elkaar moesten doen. Alle studenten doen de ‘Challenge’ met het leerteam; dat zijn acht studenten. Ze leggen samen een route af, maar elke student krijgt wel een eigen beoordeling.’ Motiveren en stimuleren ‘Ik heb de ‘Challenge’ samen met mijn collega’s bedacht. Ik wilde mezelf namelijk uitdagen het onderwijs echt te verbeteren. De weg ernaartoe was interessant én ingewikkeld’, legt Harco uit. ‘Als je een nieuwe leerlijn bedenkt, moet er wel onderzoek gedaan worden of alles kan. En het moet voldoen aan de regels.’ 'Ik was vooral op zoek naar de vraag: wanneer ben je een goede agent? Een student die 100 kilo weegt, kan zich misschien maar twee keer optrekken. Maar hij kan wel iemand die 50 kilo weegt makkelijk aanhouden. Andersom is dat niet altijd het geval.' 'Ik heb echt gekeken naar wanneer iemand fit genoeg is voor het werk. Ik wil studenten motiveren en stimuleren en zorgen voor een gedragsverandering. Ik weet nu zeker dat een heel aantal studenten door de nieuwe leerlijn beter slaapt, beter eet en dus beter beweegt. En dat ze dat na het afstuderen ook volhouden.’