‘Ik heb altijd iemand op wie ik terug kan vallen’ In de docuserie Blauw leren we studente Daniëlle kennen. De eerste keer zien we haar tijdens een simulatie onbegrepen gedrag op de Politieacademie. Later in de serie volgen we haar eerste stappen in de praktijk. We zijn inmiddels bijna een jaar verder. Hoe gaat het meelopen in de praktijk nu? En hoe wordt ze hierbij begeleid? ‘Ik loop nu drie dagen per week mee in de praktijk en krijg nog twee dagen les’, vertelt Daniëlle. De lessen krijgt ze niet op de Politieacademie, maar op de LOP. Dit is de leer- en ontwikkelplek binnen de eenheid waar studenten les krijgen. ‘Mijn eerste praktijkdag verliep anders dan normaal, omdat de cameraploeg van Blauw ook meeliep. Dat maakte het wat hectischer en meer beladen dan de meeste studenten op hun eerste dag zouden hebben. Gelukkig verliep die dag wel goed. Het feit dat ik voor het eerst de straat op mocht, vond ik heel fijn. Ik voelde me echt ‘politieagent’, zo van: nu begint het ‘echte’ werk. Uiteraard ben je onder begeleiding, maar dat was juist ook prettig, want dan heb je altijd iemand op wie je kunt terugvallen.’ ‘Gaan gaan gaan’ ‘Ik doe nu mijn werk onder begeleiding van een ervaren collega. Eén van mijn praktijkbegeleiders is Jan. Hij rijdt dan extra op de auto mee. Ik draai alle soorten diensten, dus ochtend-, avond- en nachtdiensten. Ik werk ook regelmatig in het weekend. Dat is wel even schakelen, vooral als ik na twee nachtdiensten twee dagen later weer de ochtenddienst heb. Mijn wekker gaat dan om vijf uur 's ochtends al af. De overgang van de Politieacademie naar de praktijk vond ik verder heel geleidelijk gaan.’ ‘Het doel is echt om ervaring op te doen en je portfolio op te bouwen. Ik ben nu al mijn documenten aan het verzamelen daarvoor. Die moet ik straks inleveren, zodat ik daarna kan afstuderen. In het volgende kwartiel ga ik vier dagen per week meelopen in de praktijk. Ik had verwacht dat de praktijk echt rennen, vliegen en gaan gaan gaan zou zijn, maar gelukkig valt dat mee. Ik heb voldoende tijd tussendoor om rust te pakken, te schakelen én mijn papierwerk in orde te maken.’ ‘Kleine stappen’ ‘Er zit verschil tussen wat de studenten op de Politieacademie in simulaties leren en waar ze in de praktijk mee te maken krijgen’, legt Jan uit. ‘Het is vaak niet zo heftig als ze leren: de meeste burgers werken gewoon mee als ze aangesproken worden door de politie. En dat is maar goed ook, anders raken we snel opgebrand. Ik bouw, net als op de Politieacademie, de meldingen die we rijden rustig op.’ ‘Sowieso gaan we de eerste dag alleen maar surveilleren zonder dat we mensen aanspreken. In de dagen erna probeer ik dan bijvoorbeeld een foutparkeerder te zoeken waarbij de eigenaar niet in beeld is. Zo leren de studenten de systemen kennen. Daarna probeer ik een overtreding te vinden, bijvoorbeeld iemand die rijdt zonder gordel. Als je studenten in de eerste week al meteen naar een heftige melding meeneemt, dan kan dat ontaarden in chaos. Dat probeer ik altijd te voorkomen.’ Feedback geven én krijgen Jan is fulltime praktijkbegeleider. Hij vindt het leuk werk, al moest hij wel een beetje in zijn rol groeien. ‘Ik zie erop toe hoe studenten tijdens meldingen handelen. Dat is soms best lastig, omdat ik wel eens de neiging heb de regie over te nemen. Het is juist zaak je er als praktijkbegeleider niet te snel mee te bemoeien en de studenten hun werk te laten doen. Achteraf bespreek ik natuurlijk altijd wat er goed ging en wat niet.’ ‘Naast dat ik met studenten bespreek wat er bij hen beter kon, vraag ik ook altijd wat ik voor hen beter had kunnen doen. Ik heb een keer ingegrepen bij een aanhouding van twee studentes die nogal kort van stuk waren. Ieder had een arm van de verdachte beet en ik dacht alleen maar: ‘misschien kunnen ze deze man niet aan’. Achteraf zeiden ze tegen me dat ik dat niet had moeten doen, want ze wilden het zelf doen. En ze hadden het waarschijnlijk ook prima gekund.’ ‘Ik ben als praktijkbegeleider degene die bepaalt welke meldingen de studenten gaan rijden. Zeker als de studenten net in de praktijk meelopen, hou ik ze weg van heftige meldingen zoals een schietpartij of een lijkvinding. Maar eigenlijk laat ik de studenten vrij in de meldingen die we rijden. Als de studenten denken dat ze ergens aan toe zijn, dan ben ik daar soepel in. Als ik denk dat ze er echt niet aan toe zijn, dan doen we het ook niet. Maar het is ook de bedoeling dat ze uiteindelijk zelf de beslissing nemen welke melding ze oppakken. Ik moet ze toch een keer loslaten.’ ❛❛ Ik vind lastige gesprekken met burgers altijd nog wel spannend en Jan let hier goed op. Student Daniëlle Groeien in lastige gesprekken ‘Ik heb Jan leren kennen sinds de introductie op de Politieacademie’, vertelt Daniëlle. ‘Wat hij me leert, is om plezier te hebben in mijn werk. Volgens mij heeft hij zelf ook nog steeds plezier in zijn werk. Als ik iets moeilijk vind, vindt hij altijd een weg om het makkelijker te maken of makkelijker te doen voelen. Ik kan Jan ook alles vragen. Ik kan bijvoorbeeld niet zo goed tegen bloed. Ik heb hem letterlijk gevraagd: hoe kan ik hiermee omgaan? Hij vertelde me dat als je hoog in de adrenaline zit, bloed bijzaak wordt en ik me er niet te druk over hoefde te maken. En dat klopt. Ik ben nog niet flauwgevallen als ik bloed zie. Ik ben dan zo druk met hulpverlening, dat het bloed er minder toe doet. Dat is ook wel handig, anders moet er nog meer hulp verleend worden.’ ‘Ik denk dat ik nog moet groeien in de lastige gesprekken met burgers. Ik vind dat altijd nog wel spannend en Jan let hier goed op. Verder is hij ook motoragent en daardoor heeft hij veel inzicht in specifieke verkeerszaken, zoals verkeersovertredingen. Hij heeft me hierover tactische tools geleerd, zoals hoe je een auto controleert. Waar begin je en waar ga je kijken? Jan is er altijd als je hulp nodig hebt. Hij laat mij heel vrij en tegelijkertijd is hij er altijd.’ ‘Leuk om dit te horen’, zegt Jan. ‘Ik mag Daniëlle ook erg graag. Ze is heel vrolijk en open. Dat maakt het werken met haar makkelijk. Ze geeft duidelijk aan waar ze moeite mee heeft en daar proberen we dan aan te werken. Ik wilde haar inderdaad in een situatie krijgen waarbij iemand echt lelijk tegen haar zou doen, zoals de simulatie in Blauw. Het duurde alleen even voordat er zo’n melding kwam. Nu ze dit een paar keer heeft meegemaakt, zie ik dat deze lastige gesprekken haar veel beter afgaan. In het begin was ze wat aarzelend, maar dat is naar de achtergrond verdwenen. Daniëlle is een zachtaardig persoon. Dat is in ons werk juist heel handig, want 9 op de 10 mensen hebben een vriendelijk woord nodig. Je bent immers in de noodhulp vaker mensen aan het helpen dan boeven aan het vangen.’ Fotocredits Daniëlle: AVROTROS