Het verhaal van Esther In het tweede seizoen van de docuserie ‘Blauw' maken we kennis met de studenten Dante en Daniëlle. Ze krijgen in aflevering drie een heftige simulatie over onbegrepen bedrag voor hun kiezen. We horen veel over onbegrepen gedrag in de media. Maar wat is dat eigenlijk en hoe leren studenten hiermee omgaan? Docent Gedrag & Communicatie aan de Politieacademie Rotterdam, Esther Lemson vertelt hierover. ‘Vroeger hadden we het over verward gedrag. Dat gaf het idee dat mensen door psychiatrische problematiek in de war raakten; dat er maar één categorie was van mensen die ‘gek’ deden. Inmiddels gebruiken we bij de politie de term ‘onbegrepen gedrag', omdat het veel breder is dan dat. Nu weten we dat mensen in een korte of lange staat van crisis kunnen komen door allerlei factoren. Hierdoor raken ze tijdelijk de grip op het leven gedeeltelijk kwijt. Vanuit die situatie veroorzaken ze dan in hun nabije omgeving of samenleving overlast.’ ❛❛ De mens achter de persoon zien, vind ik misschien nog wel het belangrijkste. Docent Esther Meldingen analyseren ‘In de lessen die ik geef, gebruik ik voor het ‘typeren’ van onbegrepen gedrag het SMSM-model van Bauke Koekkoek. Hij heeft dit speciaal ontworpen om te kijken naar dit soort meldingen. De eerste S staat voor de situatie: wat is de situatie van deze persoon? Is iemand bijvoorbeeld gescheiden en daardoor zijn huis kwijtgeraakt? De eerste M is van middelengebruik. Gebruikt deze persoon door deze situatie middelen zoals alcohol of drugs?' 'De tweede S is van stoornissen. De persoon met onbegrepen gedrag kan door de situatie bijvoorbeeld een depressie hebben ontwikkeld. Deze stoornis kan de oorzaak zijn dat die persoon overlast veroorzaakt. De tweede M staat voor mens. Dan kijken we naar hoe iemand zich gedraagt. Is dit bijvoorbeeld iemand die snel in conflict raakt met anderen? Of is deze persoon licht verstandelijk beperkt? De mens achter de persoon zien, vind ik misschien nog wel het belangrijkste. Want iedereen kan in een situatie terechtkomen waarbij hij de controle even verliest; door trauma of verdriet bijvoorbeeld.’ ‘Dit SMSM-model is een manier om het gedrag van iemand te onderzoeken, met als doel dat je je gedrag als politieagent daarop afstemt. Kan ik de zaak hier zelf kalmeren? Of moet ik iemand eerst ontnuchteren? Heb ik een zorgprofessional nodig? En kan ik grenzen stellen? In mijn lessen gebruik ik dit model, samen met andere modellen en theorieën, over het menselijk gedrag. Ik leer de studenten hiermee bewust bekwaam communiceren.’ Wat doet jouw communicatie met een ander? ‘Bewust bekwaam communiceren is communiceren met in je achterhoofd welke reacties jouw communicatie kunnen oproepen. Uiteindelijk gaat het erom dat je zo veilig mogelijk je werk kunt doen voor jezelf, maar ook voor de burger. Mijn lessen gaan eigenlijk over gedragingen van mensen in de breedste zin van het woord, zoals je die kunt tegenkomen in de politiepraktijk.' 'Naast het stuk theorie oefen ik ook veel met studenten met simulaties, zoals je in Blauw ziet.’ Esther kent zulke situaties goed, want ze heeft zelf veel ervaring opgedaan op straat. Niet aan de kant van de politie, maar als jeugdhulpverlener. ‘Ik heb veel met de politie samengewerkt en met andere organisaties. Ik heb ook lange tijd bij Veilig Thuis gewerkt. In de hulpverlening waren we – net als nu bij de politie – één grote familie. Het was wel heftig werk. Soms wist ik op vrijdag niet of mijn cliënten op maandag nog zouden leven.’ 'Ik was er op een gegeven moment klaar voor om uit de jeugdzorgketen te stappen en dankzij mijn docentenopleiding kon ik aan de slag bij de Politieacademie. Ik vind het werk erg leuk en ik loop ook regelmatig mee met leerteams in de praktijk. Zo blijf ik op de hoogte van de huidige problematiek en de dynamiek op straat.’ ❛❛ Welk gedrag willen we zien van deze trainingsacteurs, zodat de studenten goed kunnen oefenen? Docent Esther Beginnen met kleine stappen ‘In de aflevering zie je dat er trainingsacteurs worden ingezet. Ik doe zelf ook regelmatig mee met simulaties, bijvoorbeeld in een ‘woonkamer’. Ik oefen dan met de studenten in heel kleine stappen. Hierbij gebruik ik de vijf stappen: voorbereiden, structuur aanbrengen, communiceren, begrijpen en handelen. Ik vertel wat het doel is, hoe we dat gaan doen, waar de nadruk op ligt en waarop niet. Ik geef als docent dan de melding uit en dan kunnen ze mij bevragen over wat er aan de hand is.’ ‘Trainingsacteurs zijn een instrument voor onze lessen. Van tevoren geef ik hen heel duidelijke voorwaarden. Zo weten ze precies wanneer ze ingezet worden op een casus over onbegrepen gedrag. We geven hen ook van tevoren aan of ze een lichte fysieke of zware fysieke rol krijgen. Licht fysiek is boeien en aanraken. Bij zwaar fysiek kan er ook vechten bij komen.' Oefenen met acteurs ‘Ik, maar ook mijn mededocenten, denk van tevoren heel goed na over wat ik uit het oefenmoment wil halen. Welk gedrag willen we zien van deze trainingsacteurs, zodat de studenten goed kunnen oefenen? De trainingsacteurs moeten zich wel houden aan de rol die ze moeten spelen. Dus iemand die mompelt en in de war lijkt bijvoorbeeld, of juist iemand die ontzettend aan het gillen is en agressief gedrag laat zien. We oefenen met elk soort gedrag iets anders voor de communicatie.’ ‘De trainingsacteurs reageren natuurlijk op de manier van communiceren en het gedrag van de studenten. Ze hebben ook de vrijheid om hierop te reageren. Dan leren de studenten ook dat het mis kan gaan als je communicatie niet goed is. De trainingsacteur die we in de aflevering zien, geeft ook feedback. Dat is normaal. Na de simulatie laat ik ‘mijn’ trainingsacteurs altijd vertellen hoe het voor hen was. Het is namelijk heel belangrijk wat ze hebben ervaren.’ Veilig werken staat op nummer één ‘Je wil altijd de situatie de-escaleren en daarbij is communicatie belangrijk. Communiceren probeer je in eerste instantie ook altijd zonder geweld te gebruiken’, vult Esther aan. ‘Maar er zit wel een grens aan’, benadrukt ze. ‘In kwartiel drie, waarin wij onbegrepen gedrag behandelen, staat dit onderwerp centraal in alle lessen die de studenten op dat moment krijgen. Dus het komt ook terug bij de juridische lessen, bij Eerste Hulp Door Politie of Engels.’ 'Je ziet in aflevering drie ook mijn collega Edwin van Gevaarsbeheersing. Hij en ik zitten in elkaars verlengde. Als je geweld toepast, gebruik je wel communicatie. Maar mijn vakgebied houdt wel op waar dat van hem begint. Ik leer ze de stappen over geweld niet aan. Wat wel overeenkomt, is het veilig werken. Dat is bij ons allebei erg belangrijk.’ ‘Heeft iemand bijvoorbeeld een vuurwapen? Ga je dan naar binnen en waar ga je dan staan? Wat doe je als iemand gaat escaleren? Ik leer dat de studenten zich ook goed moeten voorbereiden op de situatie. Wat is er over deze persoon of dit adres in ons systeem bekend? Wat bespreek je bij de Doel-Aanpak-Analyse? De D-A-A is een middel dat politieagenten gebruiken op het moment dat ze een melding krijgen en daar naartoe rijden. Je bespreekt dan in de auto wat je wil bereiken (doel), hoe je dat doet (aanpak), en toetst dit aan bevoegdheden en risico's. Alles wat hindert en de veiligheid kan beïnvloeden, neem je mee. Dan pas begint eigenlijk het echte communiceren.’