Politieverhalen van Peter Gieling in “Blauw. De kleur van mijn vak”

We ontwikkelden een ‘verwar de bazen’-spelletje. Moeilijke woorden snel vertalen en een beetje onzeker weer inbrengen.
‘We moeten meer integreren’ zei Burg, onze commissaris. Even later vraagt Kooltje argeloos: ’Kunnen we ook niet gewoon in het geheel opgaan?’ Burg antwoordde: ‘Ja, dat zeg ik net.’ Kooltje: ‘O, sorry.’ Lachen. Ze trapten er regelmatig in. Topsport werd het een tijdje.
 
Na een instap die fout ging, brachten Jan en ik Kooltje, onze GBO-maat (Groep Bijzondere Opdrachten), met gierende banden en gillende sirenes naar het militair hospitaal. Zijn linkerarm was op vele plaatsen met een kapmes opengehakt. Hij had een kogel in zijn voet en bloedde hevig op meerdere plekken. De dader lag dood in de woning waar we binnenstapten. Op de brancard in het ziekenhuis zag ik dat de arts Kooltjes arm betastte en hoorde ik hem zeggen: ’Hij is nog sensitief’. Kooltje kreunde: ‘En ik heb er ook nog gevoel in dokter.’ Ondanks de spanning grinnikte ik zachtjes, toen ik de dokter hoorde antwoorden: ‘Dat zeg ik net.’
 
Peter Gieling is sinds 3 jaar werkzaam als hoofd Basis Politieonderwijs aan de Politieacademie. Daarvoor werkte hij 37 jaar in Utrecht (later Midden Nederland). Van agent tot commissaris en in diverse functies. Het vertellen van verhalen is een belangrijke vorm van leren binnen de politie. Maar ook geeft het ‘externen’ een beter beeld van wat het vak inhoudt en wat er allemaal bij komt kijken.
 
Een aantal jaren geleden besloot Peter ‘zijn’ verhalen op papier te zetten. De verhalen in ‘Blauw. De kleur van mijn vak’ vertellen de ervaring van een collega die ‘alle klappen van de zweep heeft gezien’, een collega die groeit en blijft groeien. De verwondering staat echt centraal en dat is de basis van leren. 
Trefwoorden