Onderzoekspublicaties

Evaluatieonderzoek ingebruikname briefingapplicatie

Om richting te geven aan het briefen en debriefen in de 168 basisteams van de politie heeft de projectgroep e-Briefing één landelijke briefingapplicatie ontwikkeld, ook wel de e-Briefingtool of kortweg briefingtool genoemd, met daarbij één landelijk (de)briefingsproces. Alvorens de briefingtool landelijk in te voeren, zijn acht pilotteams geselecteerd die begin 2015 (ongeveer) gelijktijdig gestart zijn met het (de)briefingsproces en die de tool merendeels in 2016 geïmplementeerd hebben. In dit onderzoek hebben we de pilot geëvalueerd en de vraag gesteld in hoeverre de briefingtool van invloed is op (de inrichting van) het briefingsproces. Naast evaluatie van de tool an sich is gekeken naar de uitwerking ervan op het briefingsproces. Het evaluatieonderzoek leert dat politiemedewerkers in grote meerderheid aangeven de briefing vooral te ervaren als informatiemoment en veel minder als instructiemoment. Het beschreven landelijke (de)briefingsproces voor de basisteams doet geen recht aan de verscheidenheid van de teams, waarbij dit onderzoek enerzijds leert dat maatwerk voor de teams in landelijke gebieden noodzakelijk is, en anderzijds dat de briefing niet het enige moment is om politiemedewerkers aan te sturen. In lijn met eerder politieonderzoek verdient het aanbeveling om nader onderzoek te doen naar de vormgeving van andere sturingsconcepten dan de briefing binnen de operationele praktijk.

‘Wat ga jij doen vandaag?’ Evaluatieonderzoek naar de ingebruikname van een briefingapplicatie in acht basisteams van de politie. M. In ’t Veld, M. den Hengst, m.m.v. B. van Beek

 

Niet te filmen! Scenariodenken in de Opsporingspraktijk

Binnen de politie wordt scenariodenken gebruikt, zowel toekomstgericht als in retrospectie. Toekomstgericht scenariodenken doet de politie bijvoorbeeld als voorbereiding op evenementen. Retrospectief, bij opsporingsonderzoek, staat de vraag centraal ‘Wat is er gebeurd?’ Beantwoording van die vraag begint bij de eindscène, het laatste stukje van de film: een dode man in het bos, een dode en verkrachte vrouw in haar woning of een drievoudige liquidatie. Het is de kunst om vervolgens de rest van de scenes van de film bij elkaar te puzzelen en zo het complete scenario in beeld te krijgen. Dat is de kern van scenariodenken, inmiddels een niet meer weg te denken instrument in het voorkomen van tunnelvisie binnen de opsporing. Chantal Epskamp-Dudink beschrijft in ‘Niet te filmen, Over retrospectief scenariodenken in de Opsporingspraktijk’ het vakgebied van scenariodenken zoals zij dat op basis van haar expertise en jarenlange ervaring binnen de politie heeft ontwikkeld. Ze gaat in op theoretische modellen en psychologische processen achter het scenariodenken. Het boek beschrijft de rol van scenarioanalist binnen de opsporing en geeft daarnaast praktische handvatten aan de hand van concrete voorbeelden. Het boek roept hopelijk ook reacties, vragen, aanvullingen en andere perspectieven en werkwijzen op. Met deze reacties kan het vakgebied opsporing in het algemeen en scenariodenken in het bijzonder zich verder ontwikkelen.

Het lectoraat Intelligence faciliteert en ondersteunt intelligenceprofessionals binnen de politie om de kennispositie en ontwikkeling op het terrein van intelligence voor de politie en het politieonderwijs verder te versterken. Dit boek is daar een uiting van.


Onderzoek naar de betekenis van integrale bevraging voor het operationele politiewerk

Andersson Elffers Felix (AEF) en de Politieacademie (Marielle den Hengst, lector Intelligence) hebben in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) onderzoek gedaan naar “de uitvoering van de maatregel BVI-IB en resultaten die het gebruik van BVI-IB heeft voor het operationele politiewerk”. Basisvoorziening Informatie- Integrale Bevraging is een software-applicatie die politiemedewerkers in staat stelt om met één bevraging informatie uit 20 verschillende (inter-) nationale en regionale bronregisters te genereren. De applicatie is te gebruiken vanaf een vaste PC, sinds april 2013, via de BlackBerry en mobiele dataterminals in sommige politieauto’s.   De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe staat het met de uitvoering van de maatregel BVI-IB en welke resultaten heeft het gebruik van BVI-IB voor het operationele politiewerk? Het onderzoek is bedoeld om in het kader van het actieprogramma 'Minder regels, meer op straat' na te gaan hoe het staat met de uitvoering en met de bijdrage van BVI-IB aan de resultaten in het operationele politiewerk oftewel: de politieprestaties. Met het Actieprogramma ‘Minder regels, meer op straat’, - dat de Minister van Veiligheid en Justitie begin 2011 naar de Tweede Kamer zond - wordt beoogd de bureaucratie bij de politie in deze kabinetsperiode terug te dringen met 25% en de ruimte voor vakmanschap van agenten te vergroten. Hierdoor moeten in 2014 5000 fte’s extra beschikbaar zijn voor het primaire politiewerk.   De onderzoekers concluderen dat BVI-IB bijdraagt bij aan slimmer politiewerk. De conclusie uit eerder onderzoek van AEF dat BVI-IB een efficiënter werken mogelijk maakt, wordt in dit onderzoek namelijk door respondenten bevestigd. Politiemedewerkers voelen zich beter ondersteund in hun werk op straat en op het bureau en kunnen veel zelfstandiger hun werk doen. Veel respondenten geven daarom aan dat BVI-IB hun werkplezier vergroot. De bijdrage van BVI-IB aan de kwaliteit van het politieoptreden is in termen van maatschappelijke effectiviteit niet aangetoond. Politiemedewerkers geven overigens wel aan dat zij zich bij de uitvoering van hun werk veiliger voelen door de beschikbare informatie uit BVI-IB.  

Onderzoek naar de betekenis van integrale bevraging voor het operationele politiewerk, Smits, I., Hengst, M. den, Wijga, P., Hagelstein, R. Andersson Elffers Felix , Politieacademie, WODC

Samenvatting

Complete onderzoek  


Briefen voor en door basisteams

De briefing is een belangrijk onderdeel van het intelligencegestuurd werken van de politie en ook een van de strategische thema’s van de nationale politie. Dit boek gaat in op de briefing voor de basisteams binnen de nationale politie. Aan de basis van dit onderzoek staan de percepties op de briefing, bezien vanuit de operationele politiemedewerkers. Centraal staat de vraag welke informatie op welke wijze zou moeten worden overgedragen, zodat het handelen van politiemedewerkers op straat positief wordt beïnvloed. In de kern toont dit onderzoek aan dat op dit moment wordt gepoogd om het sturen en informeren met elkaar in evenwicht te brengen, maar wordt de briefing hierdoor gewoonlijk te lang, met als gevolg dat hij aan slagkracht verliest. Verbetering dient gezocht te worden in de onderwerpen die wel en niet in de briefing horen, de wijze waarop de briefing wordt gehouden, de gevolgde processen en de aanwezigheid en competenties van mensen tijdens de briefing. Lees hier het boek    


Plankzaken opgeruimd

een beweging van onderop’ beschrijft de werkwijze, resultaten en conclusies van de beweging die de naam ‘Plankzaken opgeruimd!’ meekreeg. Het onderzoek biedt zowel handvatten om te komen tot een duurzame aanpak voor de organisatie en afhandeling van aangiftes, als inzicht in hoe een dergelijke beweging van onderop kan ontstaan en ondersteund kan worden. De beweging is te zien als een mooi voorbeeld van het nemen van ‘professionele ruimte’ voor vakmanschap, een thema dat nu grote prioriteit heeft bij de vorming van de Nationale Politie. Het onderzoek is een coproductie van Cees Sprenger (lectoraat Lerende Politieorganisatie) en Hans Regterschot (lectoraat Intelligence).    


De Community of Intelligence over woninginbraken

Het lectoraat Intelligence van de Politieacademie heeft dit jaar een essaywedstrijd georganiseerd om de relatie tussen kennisontwikkeling en operatie tot uitdrukking te brengen. De wedstrijd was gekoppeld aan een concreet veiligheidsprobleem. De vraag aan essayschrijvers was op welke wijze een intelligencegestuurde aanpak van woninginbraken tot een verbetering zou leiden. Dit heeft geleid tot de publicatie: De Community of Intelligence over woninginbraken.    Real-time Intelligence. Actieonderzoek
In het onderzoek is gekeken naar het functioneren van het Real-time Intelligence Center in regio Rotterdam-Rijnmond en de effecten hiervan voor de agenten op straat in de noodhulp en de informatiepositie van de informatieorganisatie. Sinds begin 2011 is het RTIC operationeel. Halverwege 2011 was een logisch moment aangebroken om stil te staan bij het functioneren van het RTIC om lessen te trekken voor de verdere doorontwikkeling hiervan. De conclusies uit het onderzoek zijn niet alleen interessant voor Rotterdam-Rijnmond, maar vormen zeker ook een belangrijke bijdrage aan de landelijke ontwikkelingen. Auteurs: Mariëlle den Hengst, Hans Regterschot en Edward van der Torre. Het rapport is op te vragen via lectoraat.intelligence@politieacademie.nl.


Informatierijk en toch kennisarm!? Lectorale rede

Rede markeert de start van het lectoraat. Hierin worden de visie en de focus van het lectoraat uiteen gezet. Het lectoraat Intelligence doet vooral onderzoek naar de toegevoegde waarde van geanalyseerde informatie en kennis bij besluitvorming. Daarnaast zal zij bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijs om kennis, vaardigheden en gedrag van beslissers hierin te verbeteren. Hier kunt u de tekst van de rede downloaden.


Inrichting Regionale Informatieorganisaties politiekorpsen  

Het lectoraat Intelligence van de Politieacademie en Capgemini Consulting onderzochten in samenwerking met Bureau Beke en in opdracht van het landelijk programma Intelligence, de inrichting van de regionale informatieorganisaties van politiekorpsen. Het onderzoek resulteert in een 'foto' van de huidige regionale informatieorganisaties die als bouwsteen dient voor de in de toekomst te maken inrichtingskeuzes. Lector Marielle den Hengst: 'Wat opvalt is dat door de grote verscheidenheid heen drie archetypen te onderscheiden zijn.' Het onderzoek is hier te downloaden. Een totaaloverzicht van de inrichtingskeuzes per korps vindt u hier. 


Toekomst verkennen voor analisten

In het rapport ‘Toekomsten verkennen voor analisten’ geven Peter Klerks en Nicolien Kop een handreiking voor het maken van prognoses en visieontwikkelingen, specifiek voor de politiepraktijk. Het boek beschrijft vijftien verschillende methoden en technieken die geschikt zijn voor prognose of verkenning en die een wisselende doorlooptijd kennen. Per methode wordt aangegeven wat de voor- en nadelen zijn, welke vereisten er zijn voor toepassing en welk ‘product’ de methode oplevert. Om een keuze te kunnen maken uit de diverse beschreven methoden, bieden Kop en Klerks een overzichtelijke methodeselectie aan. Het betreft een uitgave in de publicatiereeks van het lectoraat Intelligence van de Politieacademie.

Kijk hier voor het volledige rapport


The best of three worlds

Een spectaculaire daling van de aangiftecriminaliteit in Haaglanden tussen 2002 en 2006 komt in 2006 tot stilstand. Aanleiding voor onderzoekers van korps Haaglanden om te onderzoeken hoe dat komt en welke factoren die daarop mogelijk van invloed zijn geweest. De Boek the best of three worlds, pdf (nieuw venster)onderzoekers concluderen dat de effectiviteit van de politie  aanmerkelijk wordt vergroot door een probleemgerichte aanpak van de belangrijkste hot crimes en hot spots, ondersteund door een regiobrede aanpak van de hot shots en hot groups. Als hun aanbevelingen worden uitgevoerd dan is de verwachting dat de aangiftecriminaliteit in de regio Haaglanden in 2011 met minimaal 25 procent is afgenomen, aldus de onderzoekers.   The best of three worlds, effectiever politiewerk door een probleemgerichte aanpak van hot crimes, hot spots, hot shots en  hot groups, Peter Versteegh,Theo van der Plas, Hans Nieuwstraten (2010).

 

 


 

boek Intelligencegestuurd politiewerk, pdf (nieuw venster)
Het boek 'Intelligencegestuurd politiewerk'

geeft de huidige stand van zaken aan op het gebied van intelligencegestuurd politiewerk. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden worden in het boek de gronsbeginselen van intelligencegestuurd politiewerk uiteengezet. Het boek vormt daarmee een uitstekend instrument voor het politieonderwijs op alle niveaus, dat tevens goed hanteerbaar is voor professionals in de dagelijkse praktijk.    De uitgave is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen onderzoekers van het lectoraat Recherchekunde, politiekorpsen, het Programma Intelligence Politie Nederland en docenten van de Politieacademie. Het boek vormt daarmee de schakel tussen praktijk, onderzoek en onderwijs. Het boek sluit af met good practices en diverse casussen. De opzet is om over een of twee jaar met docenten een update te maken op basis van de verzamelde ervaringen van studenten en toepassingen in de politiepraktijk. Het lectoraat Intelligence pakt dit op.    


Boek bouwen aan een community of intelligence, pdf (nieuw venster)Bouwen aan een Community of Intelligence

is de eindrapportage van een onderzoek door het Lectoraat Lerende Politieorganisatie in opdracht van het programmabureau Intelligence. Het programmabureau Intelligence heeft de opdracht gekregen om het National Intelligence Model in te voeren binnen de Nederlandse Politie. Een belangrijke opgave die nodig is om het Intelligence-gestuurd politiewerk concernbreed verder tot ontwikkeling te brengen. Zo ontstond het begrip Community of Intelligence, dat staat voor het netwerk of samenwerkingsverband van alle mensen binnen Politie Nederland die het Intelligence-gestuurd politiewerk op een hoger plan willen brengen. Deze rapportage is bestemd voor iedereen die actief wil werken aan de organisatie van het Intelligence-gestuurd politiewerk in Nederland of zelfs breder, voor iedereen die een bijdrage levert aan Intelligence.    


Alertheid van politiemensen bij signalen van ‘onraad’

Alertheid van politiemensen bij signalen van ‘onraad’ is de eindreportage van een onderzoek door het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde uitgevoerd in opdracht van het Programma Intelligence Politie Nederland. Met het verzamelen van actuele en goede informatie valt of staat de aansturing van het politiewerk. Het verzamelen van informatie komt voor een belangrijk deel neer op de politiemensen die op straat werkzaam zijn. Het kan plaatsvinden naar aanleiding van een verstrekte werkopdracht van de leidinggevende, maar ook op eigen initiatief van politiemedewerkers. Vanuit de eigen professie weet c.q. voelt een agent vaak of een bepaalde situatie, locatie of persoon ‘wel of niet pluis is’. Dit ‘onderbuik’ gevoel is veelal moeilijk te benoemen, maar het bepaalt in grote mate het gedrag van de agent. De ene agent zal alerter op deze signalen zijn dan de andere. In deze rapportage wordt specifiek aandacht besteed aan alertheid van politieagenten op straat. Ingegaan wordt op de volgende onderzoeksvragen: • Wat is alertheid? • Welke signalen duiden op verdacht gedrag? • Hoe is alertheid in het politiewerk aan te leren? Download: Alertheid van politiemensen bij signalen van ‘onraad’  

 
Lectorale rede Marielle den Hengst