Skip Ribbon Commands
Skip to main content

Het belang van een moreel kompas

Plaatsingsdatum : 21-8-2018 11:34

"Mijn zoon zit in een cel," begon Toine Heijmans enkele maanden de column die kort voor de zomer in De Volkskrant verscheen. "Hij draagt een papieren gevangenisbroek en hygiënische zwembadsloffen, zijn eigen broek heeft koordjes, dat is onveilig." Het verhaal gaat over zijn 13-jarige zoon. Als de journalist hem ziet, heeft hij al zeven uur vastgezeten. De zoon is gearresteerd omdat hij in de plaatselijke supermarkt koekjes en twee drankjes heeft gestolen. Het was zijn eerste arrestatie, maar de dienstdoende agenten vonden dat er een signaal moest worden gegeven.

Het verhaal leidde tot felle reacties. "Wat de zoon van Toine overkwam is symptomatisch voor wat er mis is met Nederland, met het westen als geheel," schreef bijvoorbeeld Arnon Grunberg. "Regels zijn regels, een signaal is een 13-jarige opsluiten in een cel voor wat gestolen koekjes, zero tolerance heet de nieuwe afgod van het decennium en met een beetje pech van de eeuw. In naam van die afgod moet het systeem een 13-jarige vermorzelen vanwege wat koekjes."

We weten allemaal dat het verhaal van de zoon van Toine Heijmans geen uitzondering is. In 2017 verhoorden we als politie 19.000 minderjarige verdachten. Helaas wordt een aantal van deze jongeren in een standaardcel opgesloten, met een metalen toilet en een betonnen bedbank met kunststof matras. Als politie mogen we een verdachte maximaal 9 uur vasthouden, ook al gaat het om de diefstal van lipgloss of wat koekjes. Diefstal blijft natuurlijk wel een misdrijf waar de wetgever een hoge straf op heeft gezet, maar is dit onze enige invalshoek?

Het NRC schreef over een dertienjarige verdachte van een fietsendiefstal die zelfs twee dagen vastzat. De eerste reactie op zulke verhalen is dat 'het beleid' moet veranderen. Nieuwe regels moeten dan voorkomen dat jonge mensen te snel worden opgesloten. Een ander voorstel dat ik al voorbij heb zien komen is dat er 'kindvriendelijke' politiecellen moeten komen (een plan van o.a. de Kinderombudsman en de kinderrechtenorganisatie Defense for Children).

Maar ik geloof niet dat de regels en de systemen hier de kern van het probleem zijn. Uiteindelijk heb je bij arrestaties voor lichte vergrijpen de keuze. Bijvoorbeeld om kinderen van 13 jaar niet op te sluiten. Zelfs als er  in de avond niet meteen een advocaat voor handen is (en die moet er volgens de huidige wet bij het verhoor zijn) is er een mouw aan te passen: je kunt de jongeren altijd op een later tijdstip terug te komen.

Te vaak wordt dan net gedaan alsof er 'regels' worden uitgevoerd, of dat 'het systeem' nu eenmaal zo werkt. Kortom: de professionals verschuilen zich achter het systeem. Toen ik wat dieper in wat zaken van minderjarigen dook, blijkt dat niet alleen een kwaal van collega's in de opsporing. Ik las verhalen over advocaten die niet meer komen als er vlak voor hun piketdienst nog een jonge arrestant wordt binnengebracht. Na 20.00 uur is er geen piketdienst meer. Het gevolg is dat soms juist daarom wordt besloten jonge arrestanten dan maar vast te houden en in te sluiten….

Het echte probleem is dat je voor je het weet verloren raakt in wat de filosofe Hannah Arendt de 'banaliteit van het kwaad' noemt. De neiging dus om je te verschuilen achter regels, procedures en protocollen. Arendt leert ons dat we ons, bij alles wat we doen, moeten baseren op ons eigen moreel kompas. Soms kan je dat doen door jezelf ene heel simpele vraag te stellen, precies dezelfde als die van Heijmans: zou ik willen dat mijn kind zo werd behandeld?

Worstel je ook met praktijken die in strijd zijn met je morele opvattingen? Mail ze naar: kwaliteitopsporing@politie.nl

Columnist van dienst: Wim van Amerongen
(Programmadirecteur Herijking Opsporing)

Trefwoorden