Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Zullen we verder kennismaken

Ik had haar zo gewaarschuwd dat ze met de kleding uit het rek niet te dicht bij de uitgang mocht komen! De oude moeder van mijn vriend was een paar dagen op bezoek en wilde souvenirs kopen voor de familie. Maar ze kende het beveiligingssysteem in de Nederlandse winkels niet. Het is alweer een paar jaar geleden; die vriend en ik waren asielzoekers. Al wisten we het zelf niet, want dat woord was nog niet uitgevonden.

Binnen een paar tellen verschenen er twee politieauto’s met loeiende sirenes in de winkelstraat. ‘Stop alsjeblieft, waarom gebeurt dit?’ In mijn beste Engels probeerde ik uit te leggen dat het een misverstand was. ‘Geen probleem’, zeiden de agenten terwijl ze hun handboeien tevoorschijn haalden. ‘Op het bureau leg je het verder uit.’ De priemende, vernederende blikken van de toegestroomde menigte voel ik nog tot op de dag van vandaag. Ter plekke berecht, veroordeeld en weggevoerd; wij waren de dieven.

De oude moeder, mijn vriend en ik werden in drie verschillende cellen gestopt en de stalen deur ging dicht. Ik was doodsbang opnieuw gemarteld te worden; een paar maanden daarvoor was ik uit een vergelijkbare cel in een onvergelijkbaar land gevlucht. Pas na uren werd ik naar een grotere kamer gebracht. Terwijl hij een lippenstift uit de tas van de moeder pakte, zei een rechercheur: ‘Vertaal wat ik tegen haar zeg’. Ik moest de moeder vertellen, dat aan de rechercheur was gerapporteerd, dat zij die lippenstift uit een drogisterij in de buurt van haar logeeradres had gestolen. Zo werd de oude vrouw de rest van die middag gedwongen om huilend en smekend mij te overtuigen dat ze geen dief was. Na die dag heb ik haar, noch haar zoon, nooit meer in de ogen kunnen kijken.

De jaren gingen voorbij, ik werd steeds Nederlandser en na een universitaire studie psychologie werd ik adviseur van verschillende bewindspersonen in Den Haag. Maar soortgelijke ervaringen met de politie bleven er. Bij elk contact had ik het gevoel toegesproken te worden als het vijfjarige doofstomme neefje dat kattenkwaad had uitgehaald. De politie? Daar moest je met een boog omheen. Daar viel toch niet gelijkwaardig en normaal mee te praten.
Toen ik begin dit jaar de kans kreeg om een tijdje op de Politieacademie rond te kijken, moest ik diep van binnen wel een paar drempels overwinnen. Ik dacht steeds bij mezelf: Waar begin je aan? Het zijn toch allemaal van die conservatieve rechtlijnige simpele mensen vol racistische vooroordelen en superioriteitsgevoelens.

Inmiddels heb ik heel wat docenten en studenten gesproken, een paar lessen bijgewoond en verschillende locaties verkend. En ik heb alleen maar aardige, oprechte, integere mensen ontmoet. Ik moet ronduit bekennen dat ik nooit eerder zo pijnlijk geconfronteerd ben met mijn eigen vooroordelen. Jullie zijn geen zwart-wit denkende racisten die erop uit zijn mij te kleineren en te vernederen. Net zoals ik geen dief ben, omdat ik nou eenmaal eruit zie zoals ik eruit zie. Maar om heel eerlijk te zijn, vind ik jullie tegelijk ook onzeker, bevreesd en zoekend naar je rol en plaats in een samenleving die nogal sterk is veranderd.

Waarom had ik dan zo’n onterecht beeld van jullie? Deels, denk ik, doordat wij elkaar niet goed kennen. Te lang zijn wij elkaar uit de weg gegaan. Daar moeten we wat aan doen! En tegelijk elkaar op ons individuele gedrag beoordelen en niet op grond van een stereotype beeld over de ander. Een beeld dat alleen in ons eigen hoofd bestaat.

Zullen we verder kennismaken?

Over de schrijver

Keyvan Shahbazi, Cultureel psycholoog en gastdocent/onderzoeker aan de Politieacademie.