Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Anderhalve meter niet criminaliseren

Plaatsingsdatum:  

Laatste update: 27-5-2020 16:09

Nu de corona-maatregelen versoepeld worden, ziet Otto Adang het werk van de politie ingewikkelder worden. “Je hebt het niet over criminelen.Dit zijn mensen die bezig zijn met wat tot voor kort normaal gedrag was.”

’Politie sluit deel binnenstad Leiden af’, ’Politie ontruimt trein naar Amsterdam’, ’Politie grijpt in vanwege drukte op zomerse zaterdag’. Drie koppen van nieuwsberichten uit het weekend van 9 en 10 mei. Waar de politie bij de ‘intelligente lockdown’ een relatief kleine rol had, neemt het belang van haar werk nu toe. Otto Adang, lector ’openbare orde en gevaarbeheersing’ aan de Politieacademie en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Groningen, spreekt over crowd management op nationale schaal. 
”Toen iedereen thuis moest blijven, was het simpel. Naarmate er meer versoepeld wordt en er tegelijkertijd regels blijven, wordt de handhaving ingewikkelder. De situatie wordt onduidelijker, er ontstaat meer discussie.”

Wat betekent dat voor de politie?

”Dat ligt aan de taakopvatting. Welke taak wil je de politie geven? Wil je de anderhalve meter afstand gaan criminaliseren? Zo ja, dan gaat dat de politie een hoop werk en gedoe opleveren. 390 euro boete die je niet krijgt als je je handen niet wast. Terwijl je als burger met de beste bedoelingen in situaties kunt komen waarin je die anderhalve meter afstand helemaal niet kunt bewaren.”

’Criminaliseren’ klinkt alsof je daar niet voor bent.

”Je hebt het hier niet over criminelen. Je hebt het hier over mensen die bezig zijn met wat tot voor kort normaal gedrag was. Het is heel begrijpelijk dat mensen buiten willen zijn, contact willen hebben. Een café dat stiekem open is en waar zestig mensen zijn, dáár hoort een sanctie bij.”

Wat is goed politiewerk in de anderhalve meter samenleving?

”Dat begint met te begrijpen dat de huidige regels voor veel mensen niet duidelijk zijn. Hoe meer onduidelijkheid, hoe meer gedoe. Als politie ben je uiteindelijk afhankelijk van de medewerking van mensen. Hoezo mag ik niet op een bankje zitten, hoezo niet op het strand? Als mensen zelf de noodzaak niet meer zien, dan hou je als politie het handhaven ook niet vol. Dan moet je gaan communiceren, uitleggen. De meeste mensen bewegen dan wel mee. De boete is het ultimum remedium.”


De politie kan in deze nieuwe situatie in een onmogelijke rol komen.

”Uiteindelijk gaat het over de legitimiteit van het werk. Juist omdat dit lange tijd kan gaan duren. Samenspel met burgers is zeker dan nodig om als politie goed te functioneren. Je kunt met 50000 agenten geen 17 miljoen mensen in bedwang houden. De boete voor het niet stoppen voor een zebrapad is 450 euro. Veel agenten vinden dat niet proportioneel en gebruiken die sanctie dus niet. Dat speelt hier ook.”

Blijf begrip tonen.

“Besef ook dat mensen langzamerhand echt in de knel komen. Dat hun bestaanszekerheid onder druk staat. Dat kun je gaan merken in de openbare orde.”

Overgang

De situatie nu, medio mei, laat ‘een andere orde’ zien dan twee maanden geleden. Maar, benadrukt Adang, ”er is in die tijd geen moment wanorde geweest”. Hij ziet dat ‘het overgrote deel’ van de Nederlanders zich tot nog toe probeert te houden aan de maatregelen. ”In scenario’s wordt altijd rekening gehouden met paniek, maar dat is dus echt onzin. Je ziet het tegenovergestelde.”

Is dat juiste, onnatuurlijke gedrag vol te houden?

”Ze dachten in Engeland van niet. Daar hebben ze maatregelen uitgesteld omdat mensen het niet aan zouden kunnen. Daar is geen enkele evidentie voor.”

Er is voortdurend zorg over dat de publieke ruimte ’rommeliger’ wordt, dat mensen minder gedisciplineerd zijn.

”Op het moment dat er meer mag, moet die nieuwe situatie zich even zetten. Dat gaat de komende tijd een voortdurend proces zijn. Met iedere nieuwe stap creëer je weer een overgangsmoment. Je zag het al in het begin. Je mag individueel of met z’n tweeën naar buiten en dan wordt het op sommige plekken toch druk. Dat moeten mensen gewoon even ervaren. Ze moeten kunnen ontdekken wat niet de bedoeling is.”

Geef even de ruimte.

”Ja, maar let op. Iedere leraar kent de ervaring dat je iets hebt uitgelegd en de groep toch met veel vragen komt. Dan weet je wat er aan de hand is: dan was je instructie niet duidelijk. Als je als leraar wel een goede instructie geeft, gaat de groep lekker aan het werk. Dan heb je er geen omkijken naar. De kwaliteit van de instructie is essentieel. Je kunt als politie aanvullend uitleggen, maar je moet ook je rol richting openbaar bestuur pakken op het moment dat er verwarring blijkt te zijn.”

Bestuurstafel

De nu toenemende druk op het politiewerk vraagt om een ‘crowd management bril’. Otto Adang noemt de adviserende rol richting bestuurders essentieel. ”Je wil niet in de situatie komen dat je honderd mensen een boete moet gaan geven.” Hij schetst vier opeenvolgende principes voor het beheersen van de openbare orde:
-Snappen wat er in de hoofden van burgers omgaat;
-Niet gelijk handhaven maar juist faciliteren, ”wat kan er binnen de mogelijkheden wel?”
-Communiceren, ”dus ook luisteren”;
-Tenslotte ”heel gedifferentieerd werken, van informeren tot optreden tegen mensen die echt niet willen luisteren”. 

Het werk aan de bestuurstafel is wellicht belangrijker dan dat op straat.

”Het is in ieder geval ook essentieel. Zeker nu mensen de noodzaak om zich aan de regels te houden minder voelen. En als je dan als politie niet meer kunt uitleggen wat wel en niet mag en waarom dat zo is, dan wordt het werk op straat steeds lastiger. Je moet dus met lokale partijen voor de versoepeling in gesprek, kritisch meekijken naar de plannen die ontwikkeld worden, indien nodig op landelijk niveau structurele knelpunten benoemen. En bespreek dan ook alvast het scenario als versoepelingen weer teruggedraaid moeten worden.”



Trefwoorden
Otto Adang