Skip Ribbon Commands
Skip to main content

'Mindset waarmee je een situatie ingaat, kan bepalend zijn voor de afloop’

Plaatsingsdatum: 15-4-2024 08:00

Laatste update: 15-4-2024 09:54

​​Agressie en geweld tegen politiemedewerkers blijven op een te hoog niveau. In heel vorig jaar hebben zo’n 12.500 collega’s te maken gehad met een vorm van agressie tot geweld. Dat heeft de politie vandaag bekendgemaakt. Binnen het onderwijs van de Politieacademie is er op verschillende manieren aandacht voor dit thema: bijvoorbeeld in de manieren hoe om te gaan met geweld, of beter nog: te voorkomen. Mentale weerbaarheid en mentale kracht kunnen hier een belangrijke rol bij spelen, weet Olaf Sichterman, docent D op de Politieacademie in Amsterdam. ‘De mindset waarmee je als politie een situatie ingaat, kan bepalend zijn voor de afloop.’

‘Met de verharding in de maatschappij is mentale kracht een steeds belangrijker thema geworden’, vertelt Olaf. ‘Op de Politieacademie in Amsterdam hebben we een ‘dedicated’ team met docenten dat heel enthousiast met dit thema aan de slag is. In die groep zitten niet alleen IBT-docenten, maar bijvoorbeeld ook docenten Algemeen Juridisch, Gedrag & Communicatie en Engels. De groep heeft bij Roel LeDuc, de coördinator Cluster Mentale Kracht binnen de Politieacademie, de train-de-trainer opleiding gevolgd. Deze docenten professionaliseren zich nog verder in de breedte en nemen ook de andere docenten mee. Zodat studenten gedurende hun hele opleiding leren wat mentale kracht voor hen is.’

Prestatiepsychologie

Mentale kracht is eigenlijk prestatiepsychologie, weet Olaf. ‘Het draait om: hoe kan ik onder druk, of onder zware omstandigheden, toch optimaal presteren? Daar investeren we graag op, omdat situaties op straat nu eenmaal snel van nul naar honderd kunnen gaan. Wat onze werkgroep doet, is de studenten kennis laten maken met de verschillende mentale tools die je hierbij kunt inzetten. Als de docent weet hoe de tools werken, kan hij of zij ze in principe in elke les wel ergens toepassen. Bijvoorbeeld bij iets eenvoudigs als een student die met een bleek gezicht op de gang zit, omdat hij straks een examen heeft. Wat gebeurt er op zo’n moment in het hoofd en lijf van die student en hoe zou de student hier beter mee kunnen leren omgaan? De kerngroep is doorlopend bezig met het begeleiden van docenten om de transfer van kennis naar de leeromgeving te maken.’

Mentale voorstelling maken

Het eventueel voorkomen van geweld tegen politieagenten, kan beginnen bij een gedegen mentale voorbereiding op een mogelijk incident. ‘Daar hebben we bijvoorbeeld het instrument doel-aanpak analyse voor’, zegt Olaf. ‘Die bestaat uit een aantal vragen die je jezelf moet stellen, voordat je ergens naar toe gaat. Zoals: wat is het doel, wat zijn de risico’s, hoe gaan we dit doen? Je maakt een mentale voorstelling van wat er straks gaat gebeuren. Door voor jezelf van tevoren al verschillende handelingsopties te creëren, word je ter plaatse minder snel verrast en zorg je voor een veilige werkomgeving voor jezelf en jouw collega’s. Natuurlijk moet je altijd kunnen schakelen op het moment dat het toch anders loopt, maar het is wel het eerste stapje dat je kunt zetten. Hoe klein het misschien ook is. Dat je nadenkt voordat je iets gaat doen en niet impulsief de situatie inloopt.’

Controle van de aandacht

Dat geldt ook wanneer je als politieagent bij een gespannen situatie aankomt. Olaf: ‘Je denkt misschien dat je gelijk bovenop degene moet springen die het meest agressief is, of degene die het meeste lawaai maakt. Wat wij de studenten vanuit de aandachtscontrole van mentale kracht aanleren, is dat je eerst gaat ‘scannen’. Wat zie ik allemaal en wat is het risico? Je kijkt naar de handen, het lichaam en risico’s in de omgeving. Dat is een kijkpatroon. Dat werkt alleen op het moment dat je met je hoofd, je aandacht en je doelstelling bij dat doel zit. Op het moment dat je gelijk in gesprek gaat, ontstaat er al tunnelvisie. Je ziet dan niet meer wat er om je heen gebeurt, want de aandacht is dan bij het gesprek, bij de ander. Als jij je laat vangen door de chaos, krijg je ongecontroleerd werk. Dit geven we de studenten aan de voorkant mee. Het is ook gerelateerd aan veilig werken.’

Voelen hoe het is om te falen

Studenten kunnen de theorie wel weten, ze moeten het ook ervaren. ‘Je kan als student zeggen: ik heb mijzelf helemaal in de hand. Dat is misschien zo, totdat we ook bij jou op de juiste knop drukken, dan gaat er ook bij jou iets gebeuren. Dat is interessant. Van daaruit begin je te leren. En kun je ook verbeteren. We hebben in het onderwijs simulaties met trainingsacteurs. Tegen die acteurs mag je in sommige gevallen fysiek geweld gebruiken. Ik zeg altijd: je moet allemaal een keer gevoeld hebben hoe het is om te falen, om er daarna sterker uit te komen. Soms organiseren we een fysieke oefening waarbij het lijkt alsof het een makkelijke aanhouding is. Als de studenten dan voelen dat zij de situatie onder controle hebben, laten we ze de controle volledig verliezen. Tijdens zo’n oefening coachen en gidsen we de studenten om ze sterker te maken. En laten we ze reflecteren op hun handelen en het gevoel dat ze eraan hebben overgehouden.'

Vertrouwen

Het werken met de mentale tools en het verder versterken van de weerbaarheid, wordt vanuit de gesimuleerde schoolomgeving in het tweede leerjaar overgenomen door de begeleiders van de beroepspraktijkstages en OBT. Ook na de opleiding is er tijdens het dagelijks werk in de politiepraktijk aandacht voor de weerbaarheid van collega’s. ‘Bij mentale kracht gaat het niet uitsluitend om de fysieke weerbaarheid, maar ook over andere moeilijke momenten in het politiewerk’, weet Olaf. ‘Zoals het brengen van slecht nieuws, of het verwerken van een ernstig verkeersongeval waar je ter plaatse bent geweest. De meest weerbare studenten, zijn de studenten die kunnen beschrijven wat er met ze gebeurt, of durven te zeggen dat het niet goed gaat met ze. Want die zijn in contact met hun innerlijk. Ook bij de debriefing na een heftige casus of incident is mentale kracht belangrijk. Bijvoorbeeld met het actie-reflectie-model. Wat wilde ik in deze situatie gaan doen, wat is er uiteindelijk gebeurd, wat heb ik gedaan en wat leer ik ervan? Daarmee zet je zaken in perspectief en is er ruimte om het er met elkaar over te hebben, te delen wat het met je heeft gedaan. In een goede debriefing gaat het niet om zoeken naar gemaakte fouten, maar naar oorzaken waarvan we kunnen leren. Daaruit vloeit de factor vertrouwen voort. Vertrouwen in elkaar, in elkaars kunnen en in het kunnen leren.’

Zie ook:


Trefwoorden