Politieacademie/Opleidingen/Het politieonderwijs
print

 Het politieonderwijs 

Het politieonderwijs is in de afgelopen decennia een aantal maal vernieuwd. Gedurende de aanpassingen werd het steeds beter op de maatschappij gericht. Sinds 2002 kent de Politieacademie een samenhangend stelsel van initieel (van burger tot politiefunctionaris) en postinitieel (specialistische opleiding voor politiefunctionaris) onderwijs op mbo-, hbo- en wo-niveau. 

Duaal
Een veel voorkomend probleem in reguliere beroepsopleidingen is de aansluiting tussen ‘school’ en praktijk. Binnen de politie is deze aansluiting gegarandeerd doordat alle leertrajecten duaal van opzet zijn. De studenten leren afwisselend ongeveer 12 weken op het onderwijsinstituut en 12 weken in de korpsen. Zowel binnen de Politieacademie als in de korpsen werken studenten aan hun kernopgaven om hun proeven van bekwaamheid te kunnen afronden. Kernopgaven zijn de centrale opgaven en problemen waarmee een beroepsbeoefenaar regelmatig in aanraking komt en die kenmerkend zijn voor het beroep. 

Competentiegericht
Het politieonderwijs is competentiegericht: het sluit aan bij de beroepspraktijk en bij de bevoegdheden die de politiefunctionaris nodig heeft om zijn of haar werk optimaal te kunnen doen. De basis van het onderwijs is verwerkt in vijf beroepsprofielen voor het initiële politieonderwijs en 12 beroepsprofielen voor het postinitiële onderwijs. Deze zijn door de beroepspraktijk gevalideerd, door de politieberaden gelegitimeerd en door de politieministers vastgesteld.

Contextgebonden
De beroepsprofielen beschrijven de eisen die aan (toekomstig) politiewerk worden gesteld. Deze eisen komen terug in kernopgaven, die zijn ingedeeld in de gebieden leefbaarheid, veiligheid, dienstverlening en maatschappelijke integriteit. Kernopgaven zijn geclusterd  in de opleidingen (initieel) en leergangen (postinitieel). Door die constante verbintenis tussen politiewerk en kernopgaven, wordt het politieonderwijs contextgebonden genoemd. 

Gevarieerde leeromgevingen
In het politieonderwijs is gekozen voor gevarieerde leeromgevingen. De variatie maakt zowel individueel als collectief leren mogelijk, en dat (on)afhankelijk van locatie en tijd. Daarom wordt er veel geïnvesteerd in ‘leren en ICT’. De verschillende omgevingen maken het mogelijk om ook in sturing te variëren: van intensieve begeleiding tot grote zelfstandigheid van de student.

Initieel - postinitieel
De initiële opleidingen van de Politieacademie zijn bedoeld voor mensen die starten met een baan bij de politie. Deze basisopleidingen zijn van verschillend niveau, variërend van mbo (niveau 2, 3 en 4) tot hbo en wetenschappelijk onderwijs. De postinitiële opleidingen is vervolgonderwijs voor ervaren politiemensen. Zij kunnen zich bij de Politieacademie specialiseren op het gebeid van recherche, vreemdelingentoezicht, verkeer, milieu, gevaarbeheersing en politieleiderschap.
Voor speciale opleidingsvragen van korpsen, maar ook van andere organisaties die zich bezig houden met veiligheid, biedt de Politieacademie contractonderwijs aan. Onderwijs dat in overleg met de opdrachtgever op maat wordt gemaakt.

Partnerschap korpsen
De combinatie tussen leren en werken (duaal systeem) is één van de pijlers waarop het politieonderwijs rust. Dit maakt de Politieacademie en de korpsen tot partners in veiligheid. Uitgangspunt is dat een student een aanstelling heeft bij een politiekorps (regionaal of Korps Landelijke Politiediensten). Het korps is onder andere verantwoordelijk voor aanstelling, proeftijd, beloning, functionerings- en beoordelingsgesprekken. De Politieacademie is (eind)verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs.